Is de overheid de buddy van de zorg?

Door Kathleen Depoorter op 26 november 2021, over deze onderwerpen: Gezondheidszorg

COVID overheerst, beheerst, opnieuw of nog steeds… In de wandelgangen van de zorginstellingen overheerst de wanhoop. Momenten van gelatenheid worden afgewisseld met gevoelens van boosheid. Ondanks alles staan de witte jassen consequent aan het bed van hun patiënt.

Ongeloof overheerst op het internet als het gaat om verpleegkundigen die zwaaien naar voorbijgaande betogers in de mars voor meer COVID-vrijheid. Wat hen echt drijft weet ik niet met zekerheid. Misschien is het gewoon een teken van begrip voor de frustratie die velen voelen  als gevolg van het COVID-beleid.

We zitten nu in golf vier. Het lijkt als de vierde fase van een bijzonder uitputtend offensief om onze samenleving te vrijwaren. Maar hebben de generaals wel geleerd uit de eerste drie veldslagen?

Duidelijke communicatie

Als we inzoomen op de voorbije maanden dan stellen we vast dat er heel wat beweging was met betrekking tot de werking van de zorg. In het bijzonder als het ging rond het uitvoeren van testen. De betrokkenheid van de huisapothekers in het testbeleid zorgde voor een zekere verlaging van de drempel om gevalideerde - professioneel uitgevoerde - geregistreerde testen af te nemen. Nefast is evenwel de overbelasting waar de huisartsen mee geconfronteerd worden. Er werden heel wat dijken ingevoerd om hen te omringen en te beschermen. De paniekcommunicatie  - vakkundig gebracht door de tandem De Croo-Vandenbroucke - zorgde echter voor bloedrode bellijnen naar de huisartsenpraktijken. Veel meer dan de focus op het aantal besmettingen te leggen is er vandaag nood aan duidelijke, serene en uniforme communicatie rond het aantal ernstig zieke mensen dat werd opgenomen in de ziekenhuizen.

Voor de zorg kwam de derde prik voor de zorg jammerlijk te laat. Het kabinet Vandenbroucke volgt de wetenschap zo vernemen we. Wel liet ze in september na om proactief in te zetten op de uitrol van de boosterprik voor de zorg. Bijgevolg moeten we vandaag vaststellen dat we gestart zijn aan een nieuwe COVID-veldslag en dit maal met een te vermijden handicap. Meer dan 100  plaatsen voor intensieve zorg konden niet bemand (of bevrouwd) worden omwille van het uitvallen van gekwalificeerd personeel. Hoe is dit in tijden van crisis in godsnaam toch mogelijk?

Niet onverwacht

De crisis duurt nu 21 maanden en het einde lijkt niet direct in zicht. We kunnen dus moeilijk van een acute of onverwachte situatie spreken. Normaal gesproken zou elke zichzelf respecterende sector voorzien in een plan van aanpak eenmaal ze een crisissituatie heeft gekend. Het lijkt dan toch een evidentie dat de federale overheid in die in de eerste 20 maanden van de crisis een evaluatie van zichzelf zou maken en hieraan en een schakelprogramma voor komende crisissen of golven zou koppelen? Kortom: het zou dus een teken van vooruitziendheid en goed bestuur zijn dat de federale koepel samen met de ziekenhuizen naar een Meccano-model zou zoeken om de zorgverstrekkers in te zetten waar de noden het hoogst zijn: aan het bed van de patiënt.

In tijden van nood

Maar in de organisatie van het crisisbeleid voor de ziekenhuizen en zorginstellingen bewijst de federale overheid eens te meer niet over de veerkracht te beschikken die instellingen zelf wel aan de dag leggen. Zo hebben bepaalde ziekenhuizen ingezet op de opleiding tot “IZ-buddy” voor hun verpleegkundigen. Het gaat dan vooral om personeelsleden die in het middenkader hoofdzakelijk met administratieve taken bezig zijn maar die dus in tijden van nood ingezet kunnen worden. Deze IZ buddy’s komen naast – (en onder supervisie van) een iz-geaccrediteerde verpleegkundige - in de intensieve zorgen te staan. Ze zorgen er dus voor dat meer patiënten geholpen kunnen worden. Ze dienen dus als een bijzonder nuttig en flexibel kader om in te springen als dat nodig is..

Aan het begin van de crisis kregen spoedverpleegkundigen te horen dat hun dienst van 8 naar 12 uur werd verlengd. Voor een korte periode kan dat. Maar wanneer het echter structureel wordt is dit onmogelijk houdbaar. Het inzetten van buddy’s had hier een aanzienlijk hulp kunnen zijn om uitval te beperken.

Tandvlees

Het lijkt stilaan een gewoonte om te moeten vaststellen dat door deze federale regering er geen werk gemaakt van het structureel inzetten van zorgbuddy’s die nochtans hun nut hebben bewezen. Door de grote vraag vanuit de zorginstellingen zelf werd het concept wel geactiveerd tijdens de voorgaande golven…  maar ook de verlenging van deze wetgeving werd na de zomer fijntjes over het hoofd gezien. Wat helemaal onbegrijpelijk is… is dat de buddy werking in de op vandaag bekend gemaakte teksten van de paarsgroene regering volledig afwezig is. Het zou natuurlijk kunnen dat de hete adem van de Waalse zorgvakbond hier een rol in gespeeld heeft. Maar welk gevolg heeft dit op het terrein voor de patiënt die de (dringende) nood aan zorg ervaart?

De overheid, als inrichter van de gezondheidszorg, is verantwoordelijk voor de organisatie van de zorg. Zij moet er dus op toezien dat de patiënt in alle omstandigheden geholpen kan worden zoals we dit toch mogen verwachten in een 1e-wereldland. Het uitstellen van zorg kon in de eerste golf nog verantwoord worden door de plotse invasie van een nieuwe virus. Maar vandaag - na meer dan 700 dagen  -, kunnen we spreken van pure nalatigheid als blijkt dat er geen stappen zijn genomen om op een flexibele en crisisbestendige organisatie van de zorg in te zetten. Blijkbaar dringen bepaalde niet door tot in het hoofdkwartier van de bevelhebbers. Aan het (zorg-)front zit men echter reeds lang op het tandvlees.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is