De huisarts

Door Kathleen Depoorter op 17 mei 2020, over deze onderwerpen: Apothekers, Gezondheidszorg, Artsen, Confederalisme, Coronacrisis, coronavirus (SARS-CoV-2) en COVID-19, Federale overheid, Geneesheren, Geneesmiddelen, Gezondheid, Gezondheidsbeleid, Gezondheidszorg en welzijn, Opinie, Opinie & columns, Parlement, Parlementair werk

De oudere dame knikt dankbaar dat alles ok is met haar nadat ze met haar fiets gevallen was op de dijk en een snelle medische check onderging van een passant.

“ Maar welke dokter bent u dan meneer?” vraagt ze.

“A docteur he madame, voor iedereen..”, hij knipoogt, geeft de vrouw nog een schouderklopje en stapt verder met zijn hond. Natuurlijk had hij begrepen dat de oude vrouw vroeg welke zijn specialiteit was. Hij glimlacht, huisarts in hart en nieren, trots op zijn algemene medische kennis, nog altijd even overtuigd van zijn keuze voor huisartsengeneeskunde van zoveel jaren geleden toen hij de knoop doorhakte en voor een loopbaan als specialist in de interne geneeskunde bedankte, verknocht aan zijn innige band met zijn patiënten die nu al met meerdere generaties in zijn 2 stoelen plaatsnemen ..veel teveel woorden om die dame duidelijk te maken dat wat hij al bijna 30 jaar doet veel meer is dan een stempel op een voorschrift.

19 Mei blijkt de wereld dag van de huisarts te zijn. In volle corona exit is deze dag dit jaar nog symbolischer als anders. Volksgezondheid staat centraal , in het beleid, in de maatschappij en ook bij de patiënt.

In pre-corona tijden werd dat extra voorschrift of die zoveelste check-up voor wat routine lijkt soms als verloren tijd of pest-je-patiënt gezien. Nu staan we met z’n allen te applaudisseren en noemen we hen zelfs helden. We beseffen dat onze gezondheid een dierbaar goed is en dat zij er mee voor zorgen. Nog nooit stonden er zoveel leuke en creatieve spreekwoordelijke schouderklopjes aan de deur van de Vlaamse consultaties en dat doet deugd, echt wel.

De centrale rol die de huisarts in ons gezondheidsstelsel speelt wordt al jaren erkend. Als gate-keeper van het medisch dossier van de patiënt wordt deze taak van de huisarts als spil in de eerste lijn soms nog onderschat. Als apotheker werk ik nauw samen met de huisartsen. Voor mij staat vast dat de patiënt optimaal omringd is in zijn of haar zorg met het globaal medisch dossier bij de huisarts en het gedeeld farmaceutisch dossier bij de huisapotheker .

De corona crisis leerde ons dat de elektronische vooruitgang net op tijd in de volksgezondheid is binnengeslopen. Online consultaties en elektronische voorschriften gaven een antwoord op de fysieke barrière die corona met zich meebracht. Uiteraard waren alle kinderziektes nog niet opgelost en was voor het artsenkorps de aanpassing niet altijd evident, maar het garanderen van zorg via deze kanalen werd dankbaar aanvaard. Toch blijft de administratieve last in de huisartsen praktijk groot. Het is dan ook onbegrijpelijk hoe het GMD, dat elk jaar hernieuwd wordt, niet automatisch toegekend wordt. De efficiëntie van het systeem dat in Vlaanderen consequent wordt toegepast door huisartsen en patiënten spreekt voor zich. Het brengt minder overbelasting van spoeddiensten met zich mee. Ook creëert het minder “ dubbele” consultaties en onderzoeken bij diverse specialisten door een goede afstemming tussen de eerste en tweede lijn. Een nauwere patiënt-arts relatie die op een volwassen manier de patiënt meeneemt in een begrijpelijke mensentaal doorheen zijn of haar medisch dossier, verhoogt bovendien de betrokkenheid en bijgevolg de algemene gezondheidsstatus.

Dat het wetsvoorstel voor de automatische verlenging van het GMD in de vorige legislatuur geen meerderheid haalde is in de huidige corona context pijnlijk. Het belang van anonieme medische gegevens die via de GMD op macroniveau het beleid, de bepaling van risico groepen en andere epidemiologische analyses mogelijk maken kan in deze tijden maar moeilijk onderschat worden. De automatische vergoeding van de huisarts die het GMD beheert is dan ook de evidentie zelve.

Epidemiologische analyses zullen we bovendien in de exit fase waarin we ons nu bevinden absoluut nodig hebben in het voorkomen van een tweede besmettingsgolf in het najaar. Net als in alle andere preventieve medische aktes zal ook hier de rol van de huisarts niet te onderschatten zijn. En dat brengt mij naar het volgende verschrikkelijke pijnpunt dat een grondig beleid inzake volksgezondheid in de weg staat. De huisartsgeneeskunde en de centrale rol die ze speelt in de begeleiding van de patiënt naar een optimaal gezondheidsdossier is cruciaal voor een goed preventief beleid. Preventie , een regionale materie , zou perfect geïncorporeerd kunnen worden in het Globaal Medisch Dossier, ten goede van de patiënt en de ziekteverzekering. Indien een patiënt wordt opgeroepen voor een preventief bevolkingsonderzoek dan wordt de huisarts hierover geïnformeerd. Hij volgt het op. Indien de patiënt in het voorbije jaar geen nood had aan een consultatie, dan is het GMD niet verlengd en doet de huisarts dat gratis. Een automatische verlening van het GMD zou dus niet enkel die administratieve overlast van de huisarts zelf verminderen, maar ook aan de basis kunnen staan van een nog meer doorgedreven preventief beleid. De huisarts als spil van de preventie waaronder we zowel medische preventie als het begeleiden naar een gezonde levensstijl én het bepalen van gezondheidsindicatoren bij patiënten verstaan, leidt dan weer naar een gezonde, weerbare maatschappij.

De aanpak van de corona crisis zal op later tijdstip geëvalueerd worden, maar dat de hallucinante fout door de versnippering van de bevoegdheden in deze crisis bewezen is staat als een paal boven water.

Ook staat vast dat de eerste lijn dankzij een enorme volharding en een snelle, adequate organisatie van triagecentra en begeleiding van hun patiënten , opnieuw gedemonstreerd heeft hoeveel respect ze wel van ons verdient.

De Vlaamse huisartsen die voor drie vierden van de patiënten georganiseerd zijn met GMD’s staan in schril contrast met hun Waalse en Brusselse tegenhangers, die wat het GMD betreft een echte inhaalbeweging nodig hebben. De Vlaamse ziekenhuizen die dankzij hun doorgedreven organisatie van netwerken klaar waren om de toeloop van patiënten op intensive care op te vangen en konden rekenen op de transfer van het nodige personeel binnen het netwerk, toverden bij gebrek aan een globaal federaal hospitaalplan hun eigen netwerkplan dat perfect bleek te verlopen. Onze Vlaamse patiënten kwamen geen zuurstof tekort in de hospitalen, dat is een prestatie op zich.

Om een integraal , doortastend en wetenschappelijk beleid te kunnen voeren is het dan ook hét moment om te pleiten voor een Vlaamse gezondheidszorg. Waar de eerste lijn hand in hand met de academici en ziekenhuisnetwerken kordaat kan verder werken op de al ingeslagen weg van de Vlaamse zorgzones. Want zeg nu zelf .. 6 federale ministers ,aangevuld door hun regionale evenknieën, die op zoek gaan naar mondmaskers, testen op prevalentie en immuniteit of medicatie .. dat kan moeilijk efficiënt genoemd worden.

En voor de huisartsen , 19 mei is jullie dag.. petje af!

 

 

 

 

 

 

Foto-album

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
5
De gemiddelde score is